Hekelnieuws

Hekeldichters naar Lowlands

Lowlands-logo

De hekeldichters zijn zondag 21 augustus te zien op Lowlands!

Van de Comedy Central Roasts tot de fittie tussen Jan Böhmermann en Recep Erdogan; hekelen is helemaal 2016. In ‘HekelVers’ hoor je de scherpste spotdichten, schimpdichten en hekelverzen uit ‘Ik proef iets wat bedorven is’, de eerste verzameling Nederlandse hekeldichten sinds 1938. In samenspel met dichter-dj Saskia de Jong bloemlezen Daniël Dee, Benne van der Velde en Alexis de Roode de kwaadaardigste krenten uit de pap, en brengen slamkampioen Carmien Michels en taaltovenaar Dean Bowen een nieuw hekeldicht op de actualiteit. En leun tijdens deze beschimpbash vooral niet al te comfortabel gniffelend achterover, want naar goede traditie krijgt ook het publiek het zwaar te verduren.

Hekelnieuws

Nieuwe website

HekelVers.nl heeft een nieuwe website! De oude weblog hekelvers.blogspot.com, voorheen De Valse Noot, zal worden opgeheven. Inzenden van hekeldichten kan naar redactie@hekelvers.nl.

Tegen wetenschap, industrie, moderniteit

Bloem

Teevee is tegenwoordig slechts voor legen.
Want kijk: wat toont dat scherm in Nederland?
Banaler is het dan de platste krant,
Dezelfde klojo’s kom je telkens tegen.

Geef mij maar de natuur, desnoods met regen,
De wolken zonder rechthoekige rand,
Het groen, de dieren in een groots verband
Waar niemand kraait en daast, een ware zegen.

Er is zoveel voor wie naar echtheid smacht.
Het scherm houdt alle wonderen verborgen
Terwijl het zich aan pulp te buiten gaat.

Dit heb ik in de duinen overdacht,
Domweg gelukkig op een stille morgen
Waar alles rondom meer is dan er staat –

Inge Boulonois
Tegen landen, streken en hun bewoners

Utrecht

Ik zou zo graag nog eens verklaren
dat ik Utrecht zo geweldig vind.
Dat ik haar altijd heb bemind
en nog meer liefheb met de jaren.

Dat ik droom doelloos uit het raam te staren
op de Oudegracht waar een huilend kind
met tranen ook niet kan verklaren
wat het is dat mij aan deze stad niet zint.

Ik zou haar zo graag als iets moois bewaren
om als een tevreden kat in slaap gespind
ook trots te zijn op haar lange spoorweglint
maar het wordt nooit Leiden langs de Mare
het is tijd om Utrecht onbewoonbaar te verklaren.

Martin M Aart de Jong

Tegen een bepaald slag mensen

Twee rondelen van Anthonis de Roovere

De stille zeugen eten goed hun draf
Al zie je de mensen, je kent ze niet
Er is geen koren zonder kaf
De stille zeugen eten goed hun draf
Men prijst de gaven van wie nimmer gaf
Da’s iets wat je nu overal ziet
De stille zeugen eet goed hun draf
Al zie je de mensen, je kent ze niet.

Wie ’t in de wereld nu wil flikken
Die moet doortrapt zijn als een fiets
En overal hoge hielen likken
Wie ’t in de wereld nu wil flikken
Huichelen als hij die God liet stikken
Want anders loop je rond met niets
Wie ’t in de wereld nu wil flikken
Die moet doortrapt zijn als een fiets.

Toelichting: voor zover wij weten zijn dit twee van de eerste hekeldichten uit de Nederlandse literatuur, uit een serie van vier rondelen door Anthonis de Roovere. Ze zijn hier gegeven in vrije vertaling. De originele teksten volgen hieronder:

Sluymende zueghen eten wel haer draf
Al sietmen de lieden men kentse niet
Ten is gheen coorne sonder caf
Sluymende zueghen eten wel haer draf
Het heet sulc milde die noydt en gaf
By desen veel tsghelijcx gheschiet
Sluymende zueghen eten wel haer draf
Al sietmen de lieden men kentse niet.

Die nu ter wereldt sal bedien
Die moet duersteict zijn als een iacke
Alomme moet hy hoocheydt dien
Die nu ter wereldt sal bedien
Onnoosel als die Godt verrien
Oft anders gaet hy metten sacke
Die nu ter wereldt sal bedien
Die moet duersteict zijn als een iacke.

Tegen landen, streken en hun bewoners

Zeeland – Den Haag: 1 – 1

Deltaplan

Waarom, o Heer, heeft U niet ingegrepen?
Want zelden zag ik zo’n rampzalig plan.
Het land liep onder water? Jammer dan!
Veel liever dan de Zeeuwen zie ik schepen.

De vrekken die met Bløf en bolus dwepen,
die zielen uit de saaiste streekroman,
ik gun ze wel een lot als kikvorsman,
dus laat Uw toorn het Scheldewater zwepen.

Een springvloed en de krachtigste orkaan,
zij kunnen duin en stormvloedkering wissen.
U bent toch ook de schepper van de vissen?
Het mooiste zeeland is een oceaan.

Daan de Ligt

Antwoord uit Zeeland

Ik kreeg nog liever zweren in mijn maag,
liet mij door de belastingdienst bestelen
of miste allerhande lichaamsdelen,
dan ooit te moeten wonen in Den Haag.

Ik schoor mij liever met een kettingzaag
of liet me pijnlijk door Al Qaida kelen,
stond liever diep in ‘t krijt bij criminelen,
dan ooit te moeten wonen in Den Haag.

Veel liever zou ik nimmer drank meer velen
of in mijn aars hemorroïden telen,
had ik een druiper of een Spaanse kraag.

Ik hoor nog liever André Hazes kwelen,
Van Vollenhoven vals pianospelen,
dan ooit te moeten wonen in Den Haag.

Aaike Jordans

Tegen een bepaald slag mensen

Voetbal-hymne

O Spel, dat hoofd en hart der knapen vult,
Die dagelijks ’t gedaas der krant verslinden,
In hartstocht, die geen smaak voor ’t hoog’re duldt,
Dat mensen beesten maakt, en zienden blinden –

Hoort, hoe het plebs uit rauwe kelen brult,
Terwijl het aan ’t afzichtlijk schouwspel smult,
Als daar een horde woestaards en ontzinden
In ’t schunnig schopwerk vuile vreugde vinden…

Ziet, hoe des lichaams schoonste lijn zich kronkelt,
De pees zich opbolt als een boos gezwel,
Wijl ’t oog van een onheil’gen vuurgloed fonkelt…

Ja, duizendwerf vervloekt zij ’t voetbalspel,
Waarbij bedrogen wordt, gewed, gekonkeld…
Voort! vuige voetbalbende – vaar ter hel!

Charivarius (1870-1946)

Toelichting: met dank aan Laurens Jz. Coster

Tegen klein leed

Balkenbrij

Een culinair gedrocht, waarvan alleen de naam al stinkt
naar ingewanden, zweet en varkensoren.
Die grauwe misslag, die precies zo smaakt zoals hij klinkt,
laat zien hoezeer de kookkunst kon ontsporen.

De laffe brij (het braaksel van een ernstig zieke kat?)
wordt in wat lauwe olie opgewarmd.
Het resultaat: een platte kleffe grijzig bruine wrat,
die echter door mijn oma werd omarmd.

Zij gaf mij, toen ik klein was, ooit een bord met balkenbrij,
dwong mij om die kadaverprak te eten.
Het staat mij nu, na meer dan veertig jaar, nog altijd bij,
een trauma dat ik nimmer kan vergeten.

Ik heb geprotesteerd, gehuild, maar oma’s wil was wet,
‘k was reddeloos, hóe ik ook had gesparteld.
Met lijkvocht, rottend slachtafval en zoutloos, ranzig vet
werden mijn smaakpapillen wreed gemarteld.

Dus oma, u begrijpt dat ik op Allerzielendag
uw grafsteen niet met bloemen kom verfraaien.
Hier heeft u een boeketje balkenbrij, het stinkt, maar ach,
zo oogst u toch nog wat u wilde zaaien.

Aaike Jordans

Tegen landen, streken en hun bewoners

Rondeel voor (en over) Amsterdammers

Het schijnt er maar niet door te willen dringen
De zeventiende eeuw is echt voorbij
De glorie en grandeur van toen vergingen
Een pijnlijke en lange valpartij

Het zijn nog slechts provinciestedelingen
Maar zonder een kalender volgens mij
Een dorp als Meppel lijkt nog meer te swingen
De zeventiende eeuw is echt voorbij

Wie laat ze eens een toontje lager zingen ?
Hun zelfbevlekking en hun spotternij
Zijn stuitend en van alle schaamte vrij
Het wil er maar niet ingaan in die kringen;
De zeventiende eeuw is echt voorbij

Frank Fabian van Keeren 

Tegen poëzie en de literaire wereld

Het vastbinden van de dichteres aan een stoel

In een statig gebouw aan de singel
zit een geheime kamer.
De kamer is zo geheim dat alleen ik de sleutel heb.

Aan tafel zit een dichteres. Het is de dichteres die
gedichten schrijft over haar navel,
waarin altijd wel een zee aanspoelt. De afstand
tot de ander meetbaar is en ook weer niet.
Op zondag wil ze mosgroen voor me zingen.

Haar handen zitten op haar rug, haar lippen
heb ik afgeplakt. Voor haar ligt een vel papier
dat ze niet kan vullen.

Anne Broeksma