mi gudu knipt de kousenband en klakt
met haar zachtroze tong: bakra
jij moet werken!
mi toli strekt zich loom in de nazon
ik temper de verwachting en sommeer:
eerst kanen kreng!
we hadden ze mooi tuk daar in die negorij
tot ome Sam kwam en zei: zo werkt dat niet
in mijn van God gegeven heerschappij
staat het de slaaf vrij
zijn eigen ketenen te fabriceren
en met een trots gebaar
rondom de eigen nek te deponeren
in een vernuftig spel van vraag
en aanbod en van flessentrekkerij…
de opbrengst is dan uiteraard voor mij
mi gudu kijkt mij aan en zwijgt
als een berg die niet naar Mohammed gaat komen
mi toli trekt zich terug in larmoyante dromen
ik veeg wat kruimels van het kleed
en jas de piepers en ik zweet
Reinier de Rooie
Toelichting (van de redactie):
Een wat complexer hekeldicht waarin het neokolonialisme wordt gehekeld, evenals de ik-persoon.
mi gudu – mijn schatje
bakra – blanke, hollander
mi toli – mijn leuter